Tempo doeloe: een romantisch misverstand?
- henryotgaar
- Dec 31, 2025
- 3 min read

Wanneer ik bij mijn Indische familie ben, vind ik het prettig om het te hebben over vroeger. En dan vooral over wat mijn Indische opa en oma hebben meegemaakt in Indonesië*. Maar ook over wat zij mij vertelden over hun tijd in Indonesië. Het is een bekend gegeven dat met name de Indische (maar ook Molukse) eerste generatie een emotioneel verlangen koesterde naar hun verleden in Indonesië. Nostalgie wordt dat ook wel genoemd. Indo’s en Molukkers hebben daar een unieke term voor: Tempo doeloe. Een hunkering naar de goede oude dagen in toenmalig Nederlands-Indië.
De term tempo doeloe is echter beladen. Zo wordt door sommigen beargumenteerd dat het verlangen naar de mooie tijd in Nederlands-Indië in schril contrast staat met het complexe koloniale verleden van Nederland in Indonesië. De tijd in toenmalig Nederlands-Indië was zeker niet altijd rooskleurig. Nederland overheerste de Indonesiërs soms met harde hand. Vanuit deze bril bekeken is tempo doeloe iets geks, misschien wel iets slechts, omdat er geen recht wordt gedaan aan wat mensen in toenmalig Nederlands-Indië werkelijk ervoeren. Toch is die Indische en Molukse nostalgie niet volledig merkwaardig. Althans, niet vanuit psychologisch oogpunt.
De term nostalgie werd als eerst geïntroduceerd in 1688. Toen schreef Johannes Hofer, student medicijnen, aan de Universiteit van Basel een dissertatie over het fenomeen van heimwee. Hij combineerde de Griekse woorden “nostos” (thuiskomen) en “algos” (pijn) waarmee hij nostalgie gelijkstelde aan een pathologische vorm van heimwee. Nostalgie werd op die manier beschouwd als iets ziekelijks. Recent wetenschappelijk onderzoek naar nostalgie is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Daaruit blijkt dat nostalgie zeker niet in een kwaad daglicht gezien moet worden. Nostalgie is namelijk een positieve emotie die de identiteit kan bevorderen en een gevoel kan creëren van behorend tot een groep. Zo bezien is het emotioneel verlangen naar Indonesië helemaal niet vreemd.
Het feit dat het emotioneel verlangen naar Indonesië dikwijls gepaard gaat met geromantiseerde verhalen van weleer kan ook nog deels op een andere manier verklaard worden. Zo herinneren mensen zich het verleden vaak positiever dan zij werkelijk was, een fenomeen dat te boek staat als de “positivity bias”. Ook blijven emoties voor een langere tijd kleven aan positieve dan aan negatieve herinneringen. Dit wordt ook wel de “fading affect bias” genoemd. De doorgaans positieve verhalen die worden verteld door bijvoorbeeld Indo’s uit het toenmalige Nederlands-Indië kunnen allicht deels hierdoor worden verklaard. Ja, een deel van die verhalen kan opzettelijker mooier zijn gemaakt, maar voor een ander deel is het wellicht zo dat verscheidene gebeurtenissen uit Nederlands-Indië voornamelijk positief worden herinnerd.
Natuurlijk is het niet zo dat deze wetenschappelijke verklaringen een vrijbrief zijn om het alleen maar te hebben over de goede oude dagen in Indonesië. Maar dat is het mooie aan nostalgie. Een emotioneel verlangen naar Indonesië hoeft niet altijd hand in hand te gaan met alleen maar positieve verhalen. Nostalgie kan via verschillende wegen ervaren worden. De derde generatie Indo’s en Molukkers laat dat duidelijk zien. Middels documentaires, dans, gevechtskunst, etc laten zij een verlangen zien naar Indonesië terwijl tegelijkertijd gezocht wordt naar hun identiteit en geschiedenis in Indonesië. Dat verlangen kan soms confronterend zijn, maar toont ook dat de tempo doeloe meer is dan mijmeren over de goede oude tijd in Indonesië.
*Wanneer ik het heb over nostalgie naar Indonesië, kan het gaan over Nederlands-Indië als het gaat over de koloniale tijd. Echter, de naam Indonesië wordt ook gehanteerd omdat het de officiële naam van het land is




Comments